De magie van een gesprek
Kleine momenten kunnen de loop van je leven veranderen.
Ik was 17 jaar en enkele maanden voor ik zou afstuderen had ik nog geen flauw benul van de studies die ik na de zomer zou aanvatten. Er was maar één ding dat ik heel helder had: ik wilde journalist worden. Ik had vooral een boon voor de politieke verslaggeving. Dat was waar ik echt van droomde: kamperen in de Wetstraat en het politieke gekrakeel verslaan. Maar welke studies me naar een krantenredactie zouden brengen, daarvan had ik geen benul.
Tot er op mijn middelbare school info-avonden werden georganiseerd over uiteenlopende richtingen in het hoger onderwijs. Ik wilde sessies bijwonen over communicatiewetenschappen, of liever nog politieke en sociale wetenschappen. Maar die twee richtingen kwamen niet aan bod dat jaar. Na eliminatie bleef er maar één richting over die me maar matig interesseerde en waarvan ik dan maar – bij gebrek aan een interessanter alternatief – de info-avond zou bijwonen: die over de studierichting ‘Germaanse Talen’.
Begeestering
Die avond is er bij mij een licht aangegaan. Ik raakte begeesterd door Jozef Janssens, een professor Middeleeuwse Letterkunde. Hij zag eruit zoals je verwacht van een professor die gespecialiseerd is in middeleeuwse literatuur: een forse (en lichtelijk ronde) man met een halflange grijze baard en een diepe stem. Hij was het soort man die meteen een ruimte vulde met zijn aanwezigheid.
Hij vertelde over de studierichting Germaanse Talen en wat dat inhield. De hele tijd bezig zijn met taal, heel veel boeken lezen en in middeleeuwse teksten duiken. Er zullen die avond nog veel andere zaken aan bod zijn gekomen, maar deze voelde ik echt binnenkomen. En dan dat ene zinnetje, helemaal op het einde van zijn uiteenzetting, over de carrièremogelijkheden van germanisten: ‘Veel journalisten studeerden Germaanse Talen.’
Eenrichtingsgesprek
Professor Janssens vertelde enthousiast over de opleiding tegenover een zaal vol met scholieren en ik hing aan zijn lippen. En de kans is groot dat ik te verlegen was om zelfs maar één vraag te stellen. Het was een eenrichtingsgesprek. Maar die avond wist ik wel meteen wat ik na de zomer zou studeren. Geen communicatiewetenschappen, geen ‘pol & soc’ en ook geen bachelor journalistiek. Ik wist meteen dat Germaanse Talen mijn ding zouden zijn.
Het volgende academiejaar was ik ingeschreven aan de KUB, oftewel de Katholieke Universiteit Brussel. Die universiteit bestaat intussen niet meer en ook de campus aan de Vrijheidslaan in Koekelberg is tegen de vlakte gegaan. Maar ik heb er nog wel Germaanse Talen gestudeerd. Het was het begin van de rest van mijn leven. Ik heb er vrienden gevonden waarbij ik me nooit moest afvragen of ik mezelf wel mocht zijn (wat voor mij op dat moment een verademing was) en ik heb er die ene richting gevolgd die me oprecht genoeg interesseerde om te kunnen afstuderen (want een vlijtige student was ik niet).
En ik heb er twee jaar les gehad van de onvolprezen en begeesterende professor Jozef Janssens.
Magie
Ik heb hem nooit verteld dat hij de reden was dat ik Germaanse Talen studeerde. Daarvoor was ik toen te timide. Ik heb het heel lang moeilijk gevonden om ‘gewoon te doen’ tegenover mensen met een zeker aanzien of die zelfs maar een beetje hoger op een hiërarchische ladder stonden.
Jozef Janssens heeft het dus nooit geweten.
En misschien gaat het vaak zo. Soms worden we geraakt of geïnspireerd door kleine of grote dingen die mensen zeggen, zonder dat ze op dat moment zelf beseffen dat ze bij iemand anders een vuur hebben aangewakkerd. Wat voor de ene een levensbepalend moment blijkt, is voor de andere een van de vele avonden waar hij geen bijzondere herinnering aan heeft.
Ik vind dat mooi. Want het betekent dat elke ontmoeting of elk gesprek – hoe klein ook – een moment kan zijn waarin we onbewust iemand raken of zelf geraakt worden. En dat zullen we van elkaar niet altijd weten. Dat is de magie van een gesprek.